Ingeborg Schrijft: Lieve D. (3)
Daar sta je dan. Op het podium, in het licht. Achter je je naam op het scherm groot geprojecteerd. Naast de letters van het KWF. Want dat is het doel van vanavond. Jij gaat jouw verhaal vertellen aan een zaal vol mensen die je voor het overgrote deel niet kent.
Ik ben de hele dag al misselijk van de plaatsvervangende zenuwen. Ook jij bent de hele week al een beetje zenuwachtig, zeg je, maar ik vind dat eigenlijk nauwelijks merkbaar.Je hebt je verhaal in je eentje geschreven. Hulp van ons wilde je de afgelopen week niet. En net heb je ons achterin de zaal gezet want dichtbij was te lastig voor je. Begrijpelijk.
Natuurlijk hebben we over alles zo’n beetje gesproken en gedeeld. In de auto naar het Prinses Maxima Centrum, wandelend door de stad of over het strand en op andere mooie momentjes als we even met z’n tweeën waren. Maar nu ga ik in uit jouw mond horen hoe je de afgelopen jaren als geheel ervaren hebt. Heb je eigenlijk wel in de gaten hoe knap het is dat je daar nu staat?
Het is muisstil in de zaal. 'Dit wordt geen makkelijk verhaal’, zo start je. Kippenvel kruipt over mijn armen richting mijn ruggengraat en de tranen wellen op in mijn ogen. Ik kijk je vader en je broer aan. Ook zij houden het niet droog. Maar jij bent zo sterk, kwetsbaar maar krachtig. Rustig vertel je verder. Je spreekt over de schok maar ook de opluchting van de eerste diagnose, de ellende van de chemo, de eenzaamheid die je voelde tijdens je behandeling en jouw nieuwe start in het leven. En je weet met jouw humor ook lichtheid in je verhaal te verweven.
'Dit wordt geen makkelijk verhaal’, zo start je. Kippenvel kruipt over mijn armen richting mijn ruggengraat en de tranen wellen op in mijn ogen. Ik kijk je vader en je broer aan. Ook zij houden het niet droog.
Anderhalf jaar voelde je vrij, leek de toekomst weer aan je voeten te liggen maar helaas was er die tweede keer. Terug naar af, net zoals met ganzenborden, domweg pech. Je vertelt over je boosheid. Ik zie je nog zitten: “Ja en nu dan, wat gaan we eraan doen?’, vroeg je aan je artsen. Inmiddels zijn we alweer anderhalf jaar verder, maar eigenlijk zit je er nog middenin.
‘Kanker heb je niet alleen’, vervolg je je verhaal. Je spreekt over de steun van je vrienden, over ons als gezin en over mij als jouw moeder. En dan de afronding, je kijkt de zaal in en vraagt om actie. In de zaal hoor ik mensen snikken en zuchten en dan klinkt een luid applaus.
Langzaam loop je van het podium naar de achterkant van de zaal en val je snikkend in mijn armen.
Hoe trots kan een moeder op haar kind zijn.
Kus mam
Ingeborg schrijft brieven aan haar zoon D. (21 jaar), die vorig jaar voor de tweede keer werd gediagnosticeerd met Acute Lymfatische Leukemie.
