Ingeborg Schrijft: Lieve D.

Vandaag is het precies een jaar geleden dat je voor de tweede keer gediagnosticeerd werd met Acute Lymfatische Leukemie. De dagen ervoor waren een hel. Na een griep die niet goed overging, toch, maar weer even bloedprikken. Er leek niets aan de hand maar toch een extra gevoelig bloedtestje. Er werden een paar ‘vreemde’ cellen gespot. Nog niets om ons zorgen over te maken werd ons gezegd, maar toch voor de zekerheid een beenmergpunctie ingepland. Wat een spanning, dat wachten, die zenuwen. In een poging mezelf te kalmeren schreef ik alles op als brieven aan jou.

Een fragment: “Wat ik voel kan ik met geen pen beschrijven, laat staan dat ik dat kan over wat jij voelt. Angst, enorme allesomvattende angst dat het mis is. Ik heb eigenlijk volcontinu een knoop in mijn buik en mijn maag lijkt leeggezogen. Lieve schat, wat moet jij toch meemaken om je leven te mogen leven? Ik heb geen idee wat hiervan de silver liningis en ben ook zo ongelooflijk bang dat die er gewoon niet is.

Met een enorm misselijk gevoel googelde ik die nacht naar ziektebeelden die met jouw symptomen te maken kunnen hebben. Ik hoopte zo dat die maandag jouw bloedwaarden verbetering zouden laten zien en je beenmergpunctie schoon zou zijn. Helaas mocht het niet zo zijn. Op dinsdag moesten we naar het Prinses Máxima Centrum komen. Eigenlijk zagen we het al aan het loopje van professor Vormoor toen hij op ons af kwam. We kenden het maar al te goed van eerdere slecht nieuws ervaringen. De blik een beetje naar beneden, langzame passen en een gespannen stilte. Dat loopje duurde eindeloos, al is het maar een paar meter van de balie naar de spreekkamer.

Ik hoorde het allemaal maar ten dele. Verslagen, in het laatste jaar van jouw genezingsproces. Eén op de vijf kinderen krijgt de ziekte terug, en daar hoorde jij nu bij…vier jaar na de eerste diagnose. We waren bijna bij de finish.

Tegen beter weten in en vol ongeloof, hoorden we de boodschap aan:”Ik heb slecht nieuws en ik heb goed nieuws. Het slechte nieuws is dat de leukemie terug is. 75% van de cellen in je beenmerg zijn leukemiecellen.” Stilte. Je zat er onbewogen bij en staarde een beetje wezenloos voor je uit. Ik was kotsmisselijk en verbijsterd. “Ik wist het eigenlijk al een beetje. Wat is het goede nieuws?” vroeg je met vastberaden stem. Je kreeg direct antwoord. “Dat het goed te behandelen is. Twee derde van de patiënten die leukemie terug krijgt, geneest. Ik heb al een plan. We starten met…”Ik hoorde het allemaal maar ten dele. Verslagen, in het laatste jaar van jouw genezingsproces. Eén op de vijf kinderen krijgt de ziekte terug, en daar hoorde jij nu bij…vier jaar na de eerste diagnose. We waren bijna bij de finish. Je was toch heel fit? Je had net een marathon gerend. Je zag er helemaal niet ziek uit. En je had kleur op je wangen en geen koorts meer. Mager, dat wel. Wisten ze het zeker?

Op de weg terug mochten we niet huilen van je. Je zette je playlist op en met onze eigen gedachten en angsten vervolgden we onze weg. Eenmaal thuis waren we reddeloos verloren. Snikkend viel je in mijn armen. “Ik had alles zo goed voor elkaar. Mijn studentenhuis, mijn jaarclub, mijn vriendinnetje…Alles is in een keer weg.”De uren daarna waren verschrikkelijk. We zaten na twee jaar rust wederom in de kankertrein, die nu alweer twaalf maanden doordendert. De reis is (nog) lang maar heeft ook veel mooie stationnetjes laten zien die ik dagelijks beschreven heb. De komende tijd zal ik ook die met je delen.

Liefs Mam.

Ingeborg schrijft brieven aan haar zoon D. (21 jaar), die precies een jaar geleden voor de tweede keer werd gediagnosticeerd met Acute Lymfatische Leukemie.

Ontvang als eerste handige tips en informatie

  • Op de hoogte van acties
  • Ontvang het laatste nieuws