Wij staan voor je klaar

Hoe wordt de diagnose gesteld?

Als de arts vermoedt dat je FA hebt, zal deze een lichamelijk onderzoek uitvoeren. Daarnaast zal de arts laboratoriumonderzoek laten uitvoeren. Dit kan bestaan uit bloedonderzoek, beenmergonderzoek en soms ook onderzoek van een stukje bot (een ‘biopt’). Een zogenaamde ‘chromosoom-breuk test’ kan bevestigen of er inderdaad sprake is van FA. Tot slot geeft een genetische onderzoek informatie over welke specifieke mutatie er aanwezig is.

Als van iemand in de familie al bekend is dat hij of zij FA heeft en al bekend is om welke genetische mutatie het gaat, kunnen de artsen direct kijken of deze specifieke mutatie ook bij jou aanwezig is. 

Anamnese en lichamelijk onderzoek

Als de arts vermoedt dat je FA hebt, zal hij een uitgebreid lichamelijk onderzoek doen. Hierbij stelt hij allerlei vragen en onderzoekt hij verschillende dingen, zoals de groei, het skelet, de huid, de keel, de neus, de oren, het hart, het maagdarmkanaal, de nieren, de ogen, het centraal zenuwstelsel, de geslachtsorganen en de ontwikkeling. Ook gaat hij na welke ziekten er in de familie voorkomen.

Laboratoriumonderzoek van bloed en beenmerg

In het laboratorium worden je bloed en beenmerg onderzocht. De onderzoeker kijkt hierbij naar het aantal rode bloedcellen, witte bloedcellen en bloedplaatjes. 

Er kunnen tekorten zijn in verschillende soorten bloedcellen:

  • Anemie: een tekort aan rode bloedcellen
  • Leukopenie: een tekort aan witten bloedcellen (leukocyten)
  • Neutropenie: een tekort aan een bepaald soort witten bloedcellen (neutrofiele granulocyten)
  • Trombo(cyto)penie: een tekort aan bloedplaatjes

Chromosoom-breuk test

FA wordt veroorzaakt door een verandering in het erfelijk materiaal, een zogenoemde ‘mutatie’. Deze mutatie zorgt ervoor dat schade aan het DNA minder makkelijk gerepareerd kan worden. Hierdoor kunnen de chromosomen, waarin het DNA in de cellen opgerold zit, makkelijker breken. Of dit inderdaad het geval is, onderzoeken de artsen met een chromosoom-breuk test. Met deze test kan in de meeste gevallen de diagnose FA definitief gesteld worden. 

Heel soms is de uitslag van de chromosoom-breuk test negatief of kan er geen conclusie worden getrokken, maar is er tóch een sterk vermoeden van FA. Het kan dan zijn dat er sprake is van ‘mozaïcisme’. Dat betekent dat de genetische mutatie niet in alle cellen van het lichaam zit, maar alleen in een deel van de cellen. Om dit aan te tonen kan de chromosoom-breuk test nog een keer herhaald worden, maar nu met cellen uit de huid in plaats van cellen uit het bloed. Hiervoor neemt de arts een klein stukje huid (een huidbiopt) af bij de patiënt. Mozaïcisme is heel zeldzaam. 

 

Hoe werkt een chromosoom-breuk test?

Voorafgaand aan de chromosoom-breuk test neemt de arts of laborant bloed af. Uit dit bloed worden de lymfocyten gehaald, een bepaald type witte bloedcellen. In een reageerbuisje worden deze cellen blootgesteld aan een chemische stof die schade aan het DNA veroorzaakt, meestal mitomycine C [MMC] of diepoxybutaan [DEB]). 

Gezonde bloedcellen kunnen de meeste DNA-schade herstellen. Bij mensen met FA lukt dit veel minder goed, waardoor er extra breuken in de chromosomen ontstaan. In de chromosoom-breuk test wordt bekeken hoeveel chromosoom-breuken optreden. Zijn dit er veel meer dan normaal, dan past dat bij FA. 

De chromosoom-breuk test. De blauwe strengetjes zijn chromosomen. De rode pijltjes geven de plekken aan waar de chromosomen zijn gebroken. 

bron: de tekeningen van de cellen en het flesje zijn gemaakt met behulp van Canvagenerator, 

Genetisch onderzoek

Als de uitslag van de chromosoom-breuk test positief is, is de volgende stap om uit te zoeken in welk gen de mutatie precies zit. Dit gebeurt met een mutatie analyse. Op dit moment zijn er 23 verschillende mutaties bekend die kunnen leiden tot FA.

Waarom is het belangrijk om te weten in welk gen de mutatie zit?

Het vaststellen van de genetische mutatie die FA veroorzaakt, helpt om: 

  • de ziekte en de gevolgen ervan beter te begrijpen en het beloop van de ziekte (deels) te voorspellen.
  • te testen of familieleden de mutatie ook hebben en hun genetisch advies te geven.
  • dragers van de ziekte te helpen als zij een kinderwens hebben en de mutatie niet willen doorgeven aan hun kinderen. Dit kan bijvoorbeeld door tijdens de zwangerschap te onderzoeken of het ongeboren kind de mutatie bij zich draagt (prenatale diagnostiek), of door bij in vitro fertilisatie (IVF) het embryo te onderzoeken op de mutatie voordat het wordt teruggeplaatst in de baarmoeder (pre-implantatie genetische diagnostiek)
  • nieuwe behandelingen te ontwikkelen, bijvoorbeeld gen-therapie.