Wij staan voor je klaar

Je zieke kind

De ziekte en de behandeling kunnen je kind veranderen en gevolgen hebben op het gebied van eten, slapen, emoties en weerstand. Het helpt als je weet welke veranderingen je kunt verwachten en wat je er eventueel aan kunt doen. Ook geven we tips hoe je ondanks deze veranderingen je kind kunt blijven opvoeden door grenzen te stellen.

  • Steun en informatie

  • Ervaringen delen

  • Belangenbehartiging

Net als bijna alle kinderen met kanker krijgt je kind waarschijnlijk problemen met eten, met ondervoeding of overgewicht als gevolg. Dat kan allerlei oorzaken hebben. Je wilt natuurlijk dat je kind voldoende goede voeding binnen krijgt. Maak je niet te veel zorgen en lees onze tips voor jou en je kind.

Door de ziekte en de behandeling kunnen smaak en eetlust veranderen. Je kind eet minder, op andere tijdstippen en vindt opeens andere dingen lekker. Het kan ook anders gaan eten door misselijkheid, pijn en emoties als angst, boosheid en eenzaamheid. Of om controle te hebben, zeker in een nare situatie.

Bewegen is goed voor iedereen en voor de meeste kinderen heel natuurlijk. Wanneer je kind kanker heeft, beweegt het mogelijk minder en anders door verschillende oorzaken. Toch, of juist dan, is het belangrijk dat je kind zo veel mogelijk in beweging blijft. Maar hoe doe je dat?

Je kind kan problemen hebben met slapen. Dit kan, mede afhankelijk van de leeftijd, verschillende oorzaken hebben. Ook kan je kind weer gaan bedplassen. Je helpt je kind door structuur en regelmaat te bieden.

Je helpt je kind door structuur en regelmaat te bieden.

Door de ziekte en de behandeling kan de weerstand van je kind –tijdelijk- verminderd zijn. Daardoor is het gevoeliger voor infecties en kan koorts krijgen. Om infecties te voorkomen raden we je aan bepaalde voorzorgsmaatregelen te nemen, denk hierbij aan hygiëne, voeding en sociale activiteiten.

De weerstand van je kind vermindert doordat de medicijnen niet alleen de kankercellen aanvallen maar ook de witte bloedcellen. Je kind is in aplasie als het aantal neutrofielen, bepaalde witte bloedcellen, lager is dan 0,5×109/L. Dan kan het ondersteunende medicijnen, zogenaamde selectieve darmdecontaminatie (SDD), nodig hebben. Het is belangrijk te weten of je kind in aplasie is. Je kind is moe en ziet bleek. Heeft het ook koorts, dan is dat het teken van een infectie. Waarschuw altijd de behandelend arts.
Krijgt je kind een stamceltransplantatie van een donor, dan gelden er extra maatregelen. Deze hoor je van het ziekenhuis.

Ziekenhuisopnames, onderzoeken, behandelingen, medicijnen, (aan)prikken, voor een kind met kanker hoort het er allemaal bij. Elk kind gaat er anders mee om. Welke emotie het ook heeft, je helpt je kind door uit te leggen wat er gaat gebeuren en afleiding te bieden.

Nu je kind zo ziek is, wordt het -bewust of onbewust- verwend met extra aandacht en cadeautjes. Dat is heel begrijpelijk. Toch heeft je kind, juist in deze onzekere tijd, behoefte aan duidelijke grenzen. Die geven houvast en veiligheid. Verleg je de grenzen, stel deze dan weer bij zodra dat mogelijk is.

Dexamethason beïnvloedt stemming en gedrag. Je kind raakt erdoor uit zijn evenwicht en heeft minder controle over zijn gevoelens en hoe hij reageert. Je ziet je kind veranderen en je hebt moeite op een goede manier met hem om te gaan. Hoe lastig ook, blijven opvoeden is belangrijk.

Ontdek de verschillende items

  • Brochure 'Wat er op je pad komt'

  • Voeding voor kinderen met Kanker

  • Beenmergfalen

  • Bottumoren

Steun ons werk

  • Ouders, kinderen, jongeren en
    survivors blijven steunen
  • Werken aan betere zorg en nazorg
  • Kinderen steunen met de Kanjerketting